Ondergedoken
- johnholsgenstekstp
- 3 jan
- 2 minuten om te lezen

Ik ben een gekend zomermens. Korte dagen, kou, ik vind het ondanks de gezelligheid van de feestdagen maar niks. Maar één aspect van de zomer mis ik absoluut niet: de culex pipiens, ofwel de huismug. Alle levende wezens zouden een belangrijke bijdrage leveren aan het ecosysteem. Die van de mug ontgaat me echter volledig.
‘Je hebt zoet bloed’ zei mijn oma zaliger altijd. Dat klinkt heel lief, maar het kwam er op neer dat ik altijd de pineut was als het zoemende ongedierte weer eens z’n opwachting maakte op het terras of in de slaapkamer. En dat is eigenlijk nog steeds zo. Ongeacht wie zich verder ook in de buurt bevindt, altijd moeten die rotbeesten mij hebben.
En het wordt steeds erger: in 2005 werd de Aziatische tijgermug voor het eerst in ons land gesignaleerd, waar je allerlei enge dingen van kunt oplopen. En omdat de aarde opwarmt met langere zomers en mildere winters, heeft Nederland een aanzuigende werk op steeds meer tropische bloedzuigers. Weekblad De Groene Amsterdammer wijdde er afgelopen zomer een hoofdartikel aan. Daarin verklaarde onderzoeker Bart Knols zich een tegenstander van het gebruik van pesticiden, vanwege de negatieve effecten op de gezondheid van mens en natuur. Maar hij bedacht wél een alternatieve, gifloze bestrijdingsmethode. De muggen worden gelokt met melkzuur (dat lijkt op de geur van zweet) en CO2, wat mensen ook uitademen. Vervolgens worden die kleine etters met een ventilator in een fuik gezogen.
Als we er in slagen de mug uit te roeien, gooien we volgens Knols ook niet de voedselketen ondersteboven. ‘Je hoort vaak dat vleermuizen op nachtbasis duizenden muggen eten, maar dat is bullshit.’ verklaarde de onderzoeker in het blad. ‘Zo’n mug heeft nauwelijks voedingswaarde, een vleermuis gaat veel liever achter een dikke mot aan. Als we die paar soorten aanpakken die gevaarlijk zijn voor de mens, blijven er nog muggen genoeg over.’
Maar voor we dat punt bereikt hebben word ik nog steeds iedere zomer lekgeprikt. Ook dit jaar werd mijn nachtrust weer met regelmaat verstoord. Totdat ik plots een nieuw voordeel van de cpap ontdekte! Gefrustreerd door het gezoem om mijn hoofd trok ik op een bepaald moment van pure ellende het deken over mijn hoofd, iets waar het normaal gesproken veel te benauwd voor zou zijn. Mijn masker fungeerde echter als een snorkel, waardoor ik gewoon frisse lucht kon blijven inademen. In al die jaren van cpap-gebruik had ik daar nog nooit aan gedacht…
Dus zo lang het apparaat van meneer Knols nog niet in de winkel ligt, blijf ik na deze natuurlijke mugvrije periode lekker ondergedoken.
Column uit de decembereditie van het blad Apneu



Opmerkingen